Gemengde managementteams presteren beter
Een managementteam met zowel mannen als vrouwen presteert beter dan een homogene groep. Meer verschillende invalshoeken kan het 'groepsdenken' doorbreken.
Gemengde managementteams presteren volgens onderzoeken beter dan clubs die louter uit mannen of, zelden voorkomend, alleen uit vrouwen bestaan. Ideaal zou waarschijnlijk een situatie met evenveel mannen als vrouwen zijn, maar dat is zeker in ons land waar het glazen plafond met staaldraad lijkt te zijn versterkt, nog verre toekomstmuziek. Waarom scoort dit soort teams beter? En wat is de rol van de man en de vrouw daarin?
Sekseverschillen niet overdrijven
Professor Yvonne Benschop van de faculteit Managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit van Nijmegen waarschuwt, ‘de sekseverschillen niet te overdrijven'. ‘Mannen komen niet van Mars en vrouwen niet van Venus.' Voor haar gaat het er vooral om dat er in een discussie ‘verschillende invalshoeken worden samengebracht, waardoor men daadwerkelijk met elkaar in overleg moet treden en een probleem van verschillende perspectieven kan belichten'. Dat doorbreekt het ‘groepsdenken' waarop meer risico bestaat bij een eenzijdige samenstelling.
Haar collega professor Celeste Wilderom van de faculteit Management en Bestuur aan de Universiteit Twente ziet wel degelijk verschillen tussen de mannelijke en vrouwelijke bijdrage. Ook zij laat dit gepaard gaan met een aansporing niet te veel te chargeren. ‘De mannen en vrouwen in een team moeten door een deur kunnen. En als dat klikt, kunnen ze hun eigen specifieke bijdrage leveren.'
Vrouwen meer gericht op verbetering bedrijf
Voor vrouwen betekent dit vooral dat ze ‘meer openstaan voor inhoudelijke creativiteit en vernieuwing' dan mannen. Ze hebben ook ‘een beter gevoel voor en articulatie van de praktische uitvoering van een beoogde beslissing' en zijn ook eerder bereid ideeën en suggesties van medewerkers op te pakken. ‘Ze zijn meer gericht op verbetering van het bedrijf of de organisatie.' Mannen denken eerder procedureel, zijn rationeler en hechten meer aan de pikorde. ‘Ze zijn meer gericht op het in stand houden van een constellatie.'
Wilderom heeft ook een theorie waarom er in Nederland in verhouding zo weinig vrouwen topfuncties hebben. De Nederlandse man(ager) vertoont vergeleken met Fransen en Duitsers meer vrouwelijke eigenschappen. Mede daardoor zou er bij die mannen onbewust geen grote behoefte bestaan om vrouwen in hun midden op te nemen. Het is een theorie waar Yvonne van Benschop weinig in ziet. Het gebrek aan vrouwen in topfuncties heeft vele oorzaken, zoals de informele werving- en selectieprocessen en de onderwaardering van vrouwelijke kandidaten. De ‘feminiteit' van de Nederlandse man hoort volgens haar niet in dat rijtje thuis.








