Concurrentiebeding bij tijdelijk contract
Bij de verlenging van een tijdelijk contract moet het concurrentiebeding opnieuw worden overeengekomen.
Een werknemer was in 2003 op basis van een arbeidscontract van 6 maanden als servicemonteur in dienst getreden. Het contract bevatte een concurrentiebeding waardoor hij gedurende 2 jaar na einde dienstverband niet bij een soortgelijk bedrijf in dienst mocht treden. Na 6 maanden werd zijn tijdelijke contract stilzwijgend verlengd en ontstond uiteindelijk een vast dienstverband. Toen hij onlangs ontslag nam om bij een concurrent in dienst te treden, wees zijn werkgever hem op het in 2003 overeengekomen concurrentiebeding. Volgens de werknemer had het beding inmiddels zijn werking verloren, omdat het bij de verlenging van zijn tijdelijke contract in 2004 niet opnieuw schriftelijk was vastgelegd. Hij legde het geschil aan de kantonrechter voor.
Volgens de kantonrechter vereist de wet dat een concurrentiebeding schriftelijk moet worden vastgelegd. Dit beding kan dus alleen bestaan als aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Daar komt bij dat een tijdelijk arbeidscontract van rechtswege eindigt door verloop van de bedongen tijd. Wordt dit contract stilzwijgend verlengd, dan zegt de wet dat de arbeidsovereenkomst ‘wordt geacht voor dezelfde tijd en op de vroegere voorwaarden wederom te zijn aangegaan'. Ook al wordt de overeenkomst ‘op de vroegere voorwaarden' aangegaan, de aan die voorwaarden gestelde vormvereisten blijven daarmee van kracht. Dit betekent dat het concurrentiebeding bij de verlenging van een tijdelijk contract opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen. Aangezien dat in dit geval niet is gebeurd, is de werknemer niet langer aan het in 2003 overeengekomen concurrentiebeding gebonden.
Kantonrechter Helmond, 3 november 2010, LJN: BO3195.







