Geen zekerheden meer bij opbouw aanvullend pensioen
Werkgevers en vakbonden leggen alle risico's bij deelnemers omdat zekerheid duur is.Werknemers en gepensioneerden met een aanvullend pensioen krijgen geen enkele garantie meer over de hoogte van hun uitkering. Eventuele tekorten in hun pensioenfonds leiden direct tot een verlaging van de opgebouwde rechten en al lopende pensioenen, zij het dat zo'n ingreep vertraagd wordt doorgevoerd. Werkgevers hoeven gaten in de pensioenfondsen niet meer aan te vullen.
Akkoord
Dit staat volgens ingewijden in het akkoord waar werknemers en werkgevers de laatste hand aan leggen. Onenigheid is er nog vooral over of minister Kamp van Sociale Zaken bereid is het staatspensioen - de AOW - jaarlijks sneller te laten stijgen dan nu.
De afspraken over het aanvullende pensioen volgen op het akkoord dat werkgevers en werknemers, verenigd binnen de Stichting van de Arbeid, vorig jaar sloten. Daarin staat dat de ingangsleeftijd voor de AOW en aanvullend pensioen in 2020 van 65 naar 66 gaat en in 2025 wellicht naar 67.
Zekerheden van tafel
Tevens werd toen bepaald dat de pensioenpremies niet verder mogen stijgen. Vooral de werkgevers profiteren hiervan. Zij dragen doorgaans voor twee derde bij in de totale pensioenpremie. Door de stijgende levensverwachting en lage rente zijn de kosten van aanvullende pensioenen naar grote hoogten gestegen. In Nederland spaart 90% van de werknemers aanvullend pensioen in 600 fondsen, die samen euro 800 mrd hebben.
Zonder de werkgever als achtervang is het geven van garanties aan de deelnemers moeilijk, of er moet stevig in veilige staatsleningen worden belegd. Maar alle modellen waarbij deelnemers - of op zijn minst gepensioneerden - toch zekerheden bleven houden, gingen van tafel. Wel kunnen gepensioneerden zich vrijwillig 'verzekeren' tegen schokken, in ruil voor minder inflatiecompensatie.
Pijn iets verzacht
De pijn wordt bovendien iets verzacht, omdat is opgenomen dat het korten van rechten en uitkeringen over tien jaar mag worden uitgesmeerd. Als een fonds door een krach 20% verliest zal er jaarlijks 2%-punt worden gekort, om zo in tien jaar het gat weg te werken. Overigens komen overschotten ook ten goede aan de deelnemers.
In de huidige regeling bouwen deelnemers 'nominale rechten' op. Daarboven worden de rechten en uitkeringen jaarlijks met de (loon)inflatie opgehoogd, mits het fonds voldoende geld heeft. Bij veertig arbeidsjaren en een volledige inflatiecompensatie kunnen werknemers rekenen op een pensioen (inclusief AOW) van 70% van het laatstverdiende loon. Nu gaat dit niet gehaald worden: de fondsen hebben zo'n euro 200 mrd tekort om de pensioenen voor altijd met 2% inflatie op te kunnen hogen.
Nominale rechten
In de nieuwe regeling wordt niet getornd aan hoogte van het pensioen waarop gemikt wordt. De rechten en uitkeringen worden zelfs ieder jaar met de (loon)inflatie verhoogd. Deze ophogingen kunnen echter teniet worden gedaan door veel grotere kortingen.
Er kan nu ook op de nominale rechten worden gekort, maar pas als de werkgever tekortschiet. In het afgelopen jaar is dit bij een handvol fondsen gebeurd. Bij een groter aantal sprongen werkgevers nog bij, zoals bij Shell, KPN en Nutreco. Bij veel bedrijfstakfondsen is de premie verhoogd.








